
Politiewet 1993
Artikel 56
1
Behoeft een regionaal politiekorps bijstand van andere politiekorpsen voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, dan wel voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie, dan richt de korpsbeheerder op aanvrage van de officier van justitie een verzoek daartoe aan het College van procureurs-generaal.
2
Het College van procureurs-generaal pleegt alvorens te beslissen overleg met de korpsbeheerders die de bijstand moeten verlenen en met de betrokken commissaris van de Koning. De korpsbeheerders verlenen de gevraagde bijstand. Indien bijstand van het Korps landelijke politiediensten nodig is, brengt het College van procureurs-generaal de aanvrage van de korpsbeheerder om bijstand ter kennis van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die de nodige voorzieningen treft en het College van procureurs-generaal daarvan in kennis stelt.
3
Van beslissingen als bedoeld in het tweede lid worden Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.